<download folder (pdf)>
Waarom zijn er zoveel jongeren die te veel drinken, of beginnen te roken, terwijl ze weten dat het slecht voor ze is? Als je het ze vraagt, krijg je allerlei antwoorden: ‘voor de gezelligheid’, ‘omdat het lekker is’ of ‘omdat het erbij hoort’. Maar geven dergelijke verklaringen van middelengebruikers werkelijk weer wat hen drijft? Inmiddels zijn we in staat ook de meer automatische en minder bewuste processen te meten die een rol spelen bij verslavingsgedrag. De kennis die dat oplevert heeft implicaties voor ons denken over het ontstaan, voorkomen en behandelen van verslavingsgedrag.
Wat antwoordt een verslaafde wanneer je hem vraagt waarom hij doorgaat met zijn verslavingsgedrag, terwijl het zoveel negatieve consequenties met zich meebrengt? Een verslaafde zal vaak zeggen dat hij niet anders kan. Dit is de kern van het woord ‘verslaving’: iemands gevoel van vrije wil wordt aangetast door de verslaving. Ik spreek over ‘hij’ en ‘hem’ als het om de anonieme gebruiker of verslaafde gaat, omdat verslavingen primair een mannenprobleem zijn. Bij jonge mannen is middelenmisbruik en -afhankelijkheid zelfs de meest voorkomende psychiatrische diagnose in Nederland (Bijl et al., 1997). Vrouwen en meisjes zijn overigens wel bezig met een inhaalslag en er zijn enige empirische aanwijzingen dat verslavingsgedrag bij meisjes en vrouwen sneller tot diverse medische complicaties leidt (zie Wiers, Vink & De Vries, 2007).