<download folder (pdf)>
Duaal-procesmodellen van angst en verslaving veronderstellen dat deze vormen van psychopathologie voortkomen uit een verstoorde balans tussen twee afzonderlijke, maar gerelateerde systemen: een langzaam, gecontroleerd, reflectief systeem en een snel, associatief, automatisch systeem. De verstoringen in automatische cognitieve processen die verondersteld worden een rol te spelen bij angst en verslaving komen deels overeen, hoewel deze een verschillende uitwerking hebben op het gedrag. In dit artikel wordt allereerst een overzicht gegeven van het onderzoek naar de samenhang tussen automatische processen en angst- en verslavingsproblematiek. Vervolgens worden onderzoeken besproken die getracht hebben automatische processen te veranderen. Aan de hand van deze onderzoeken wordt de causale status van automatische processen in de ontwikkeling en instandhouding van angst en verslaving beschouwd. Ten slotte wordt de klinische effectiviteit van het hertrainen van automatische processen in het verminderen van angstklachten en verslavingsproblematiek besproken.
Cognitieve modellen van psychopathologie veronderstellen dat verstoringen in de informatieverwerking een belangrijke rol spelen in het ontstaan en de instandhouding van diverse psychische stoornissen. Zo wordt gedacht dat angststoornissen gekenmerkt worden door een selectieve aandacht voor dreigende stimuli en de negatieve interpretatie van ambigue informatie (Salemink e.a., 2008). Ook in de ontwikkeling van alcohol- en drugsverslaving wordt de selectieve verwerking van omgevingsprikkels verondersteld een causale rol te spelen (Wiers e.a 2007a). Huidige cognitief gedragstherapeutische interventies voor angst en verslaving richten zich dan ook primair op het veranderen van de informatieverwerking, door mensen bewust te maken van irreële gedachten en deze te vervangen door functionele gedachten. Door oefening wordt getracht deze nieuwe cognities te automatiseren, zodat ook de snelle, meer automatische informatieverwerking wordt veranderd. Hoewel cognitieve gedragstherapie bewezen effectief is in de behandeling van emotionele en verslavingsproblematiek, blijkt deze interventie niet altijd effectief in het beïnvloeden van automatische cognitieve processen, wat mensen gevoelig maakt voor terugval (Cox e.a. 2002; De Jong e.a. 1995). Dit roept de vraag op of automatische informatieverwerkingsprocessen ook direct beïnvloed kunnen worden en of het veranderen van deze processen een waardevolle toevoeging kan zijn aan de cognitief gedragstherapeutische benadering van psychopathologie.
Vanuit het onderzoek naar angststoornissen zijn verschillende paradigma’s ontwikkeld om verstoringen in de informatieverwerking op een directe manier te beïnvloeden en te trainen. In tegenstelling tot cognitieve gedragstherapie, trachten deze Cognitieve Bias Modificatie (CBM) trainingen de informatieverwerking te veranderen door het herhaaldelijk uitvoeren van een taak die cognitieve verandering bevordert, in plaats van het expliciet uitdagen van disfunctionele cognities (Koster e.a. 2009). Onlangs zijn deze nieuwe technieken ook toegepast op het gebied van verslavingsgedragingen (Houben e.a. 2008; Wiers e.a. 2008). Dit artikel zal allereerst het bewijs beschouwen voor de samenhang tussen automatische cognitieve processen en angst en verslaving. Vervolgens zal aan de hand van recente, relevante onderzoeken een overzicht gegeven worden van het onderzoek naar de beïnvloeding van automatische informatieverwerkingsprocessen op het gebied van angst en verslaving. In deze experimentele onderzoeken wordt een automatisch proces gemanipuleerd, om het (causale) effect op angst of verslaving vast te stellen. In tegenstelling tot correlationeel onderzoek, waarmee alleen geconstateerd kan worden dat angst- en verslavingsproblematiek gepaard gaan met verstoringen in de automatische informatieverwerking, kunnen onderzoeken met een experimenteel design bewijs leveren voor de veronderstelling dat automatische processen een rol spelen in het ontstaan van deze vormen van psychopathologie. Ten slotte zullen de klinische implicaties van deze onderzoeken besproken worden, om zo antwoord te geven op de vraag: Kan de hertraining van automatische cognitieve processen klinisch relevante veranderingen teweegbrengen bij angst- en verslavingsproblematiek?